Eiseres heeft op 2 mei 2022 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie van werkelijke schade met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiseres heeft de Belastingdienst op 16 juni 2023 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken nog steeds geen besluit nam.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de Belastingdienst alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Hoewel de Belastingdienst verzocht om een langere termijn tot 1 juli 2024, acht de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak passend, mede vanwege het grote aantal aanvragen en de noodzaak van een zorgvuldige behandeling.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 23 augustus 2023.