Eiseres heeft op 30 maart 2022 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst/Toeslagen heeft niet binnen de wettelijk gestelde beslistermijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van nogmaals zes maanden, een besluit genomen. Eiseres heeft de Belastingdienst op 19 juni 2023 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn uiterlijk op 30 maart 2023 had moeten verlopen en nog steeds geen besluit is genomen. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn, maar dit verzoek wordt afgewezen vanwege het belang van tijdige besluitvorming.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor iedere dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Omdat het beroep gegrond is, moet de Belastingdienst ook het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden, in totaal €468,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 augustus 2023.