Eiseres, eigenaar van een eenmanszaak, ontving meerdere Tozo-uitkeringen over de periode maart 2020 tot maart 2021. Baanbrekers trok deze uitkeringen in en vorderde terug wegens vermeende onjuiste informatie over het urencriterium in 2019 en het niet voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
Eiseres voerde aan dat de Belastingdienst haar urencriterium had geaccepteerd en dat zwangerschapsverlof meegeteld moet worden. Ook stelde zij dat zij als startend ondernemer niet aan het winstcriterium kon voldoen en dat de terugvordering tot onaanvaardbare financiële gevolgen leidt.
De rechtbank oordeelt dat Baanbrekers onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres overgelegde stukken onvoldoende bewijs vormen. Tevens is onduidelijk hoe zwangerschapsverlof is meegewogen en is niet onderzocht of eiseres in de periode januari tot maart 2020 aan het urencriterium voldeed. Ook mag Baanbrekers niet tegenwerpen dat het inkomen voorafgaand aan de coronacrisis onder het sociaal minimum lag.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft Baanbrekers zes weken om de gebreken te herstellen. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden.