Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:5867

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 februari 2023
Publicatiedatum
23 augustus 2023
Zaaknummer
403955 HO RK 22/663 (nadere kosten curator)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nadere vaststelling en verhoging kosten observator in WHOA-procedure

In deze zaak heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant bij beschikking van 22 februari 2023 een nadere vaststelling gedaan van de kosten van de observator in de WHOA-procedure van [bedrijf01] B.V., een besloten vennootschap gevestigd te [vestigingsplaats01]. Eerder was het maximale bedrag voor de werkzaamheden van de observator vastgesteld op €145.000 exclusief btw en 5% opslag kantoorkosten.

De observator, mr. F. Verhoeven, heeft de rechtbank geïnformeerd dat het aanvankelijk vastgestelde bedrag voldoende was voor de eerste zes weken, maar dat de procedure naar verwachting nog twee maanden zal duren. Daarom verzocht hij om een verhoging van het maximale bedrag met €200.000 exclusief btw en opslag. Dit verzoek werd door de vennootschap gesteund.

De rechtbank vond de inschatting van de observator niet onredelijk en besloot het maximale bedrag te verhogen tot €345.000 exclusief btw en 5% opslag kantoorkosten. Tevens werd bepaald dat deze kosten ten laste komen van [bedrijf01] B.V. en dat de vennootschap zekerheid moet stellen voor de betaling aan de observator.

De beschikking werd gegeven door de meervoudige kamer insolventies van de rechtbank te Breda en in het openbaar uitgesproken door voorzitter mr. M.D.E. Leppens, samen met mr. A.E. de Vos en mr. I.C. Prenger-de Kwant.

Uitkomst: De rechtbank verhoogt het maximale bedrag voor de werkzaamheden van de observator tot €345.000 exclusief btw en legt de kosten ten laste van [bedrijf01] B.V.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Afdeling Insolventies – meervoudige kamer
Zittingsplaats Breda
Nadere vaststelling kosten observator
uitspraakdatum: 22 februari 2023
rekestnummers: 403955 HO RK 22/663
beschikking in de besloten akkoordprocedure van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf01] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
hierna ook te noemen: [bedrijf01] ,
advocaten: mrs. B.W.G. van der Velden en G.Á.C. Orbán.

1.De procedure

1.1.
Bij beschikking van 24 november 2022 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld.
1.2.
Bij beschikking van 13 december 2022 is mr. F. Verhoeven aangesteld als observator en is het bedrag dat zijn werkzaamheden ten hoogste mogen kosten vastgesteld op een bedrag van € 145.000,-, exclusief btw, en 5% opslag kantoorkosten.
1.3.
Mr. F. Verhoeven (hierna: observator) heeft in zijn brief van 10 februari 2023 de rechtbank bericht dat het door de rechtbank bij beschikking van 13 december 2022 vastgestelde bedrag afdoende was voor zijn werkzaamheden gedurende de eerste zes weken. De observator heeft daarbij aangegeven dat hij verwacht dat de WHOA-procedure van [bedrijf01] in ieder geval nog twee maanden (februari en maart 2023) zal voortduren. Om die reden heeft hij de rechtbank verzocht het bedrag dat zijn werkzaamheden ten hoogste mogen kosten met een bedrag van € 200.000,00, exclusief btw, en 5% opslag kantoorkosten te verhogen.
1.4.
Bij e-mailbericht van 17 februari 2023 heeft mr. B. van der Velden, voornoemd, laten weten dat het verzoek van de observator is afgestemd met [bedrijf01] en dat zij dit verzoek steunt.

2.De beoordeling

2.1.
De door de observator gegeven inschatting komt de rechtbank niet onredelijk voor. Nu er van de zijde van [bedrijf01] evenmin bezwaren naar voren zijn gebracht, zal de rechtbank het bedrag dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten dienovereenkomstig verhogen. Gelijk in de beslissing van 13 december 2022 is bepaald, komen voornoemde kosten ten laste van [bedrijf01] en zal [bedrijf01] voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dienen te stellen.

3.De beslissing

De rechtbank
- bepaalt dat het bedrag dat de werkzaamheden van de observator ten hoogste mogen kosten wordt verhoogd tot een bedrag van € 345.000,-, exclusief btw, en 5% opslag kantoorkosten;
- bepaalt dat de kosten van de observator ten laste van [bedrijf01] komen en dat [bedrijf01]
voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.D.E. Leppens, voorzitter, mr. A.E. de Vos en mr. I.C. Prenger-de Kwant, rechters, en in aanwezigheid van C.W.E.M. Schipper-Heijmans, in het openbaar uitgesproken door mr. M.D.E. Leppens op 22 februari 2023.