Belanghebbende, vennoot van een vennootschap onder firma die een supermarkt exploiteert, kreeg een informatiebeschikking opgelegd wegens het niet voldoen aan de administratie- en informatieverplichtingen zoals bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) voor de jaren 2016 en 2017.
De rechtbank constateert dat de administratie van de vennootschap gebreken vertoont zoals het ontbreken van een kasboek, voorraadadministratie, registratie van privéonttrekkingen, en kassadata. Ook is er sprake van het niet overleggen van auditfiles en maandrapporten. Belanghebbende voerde aan dat sommige gegevens verloren zijn gegaan door een computercrash en dat de voormalig boekhouder bepaalde stukken niet verstrekt, maar dit wordt voor zijn rekening en risico gehouden.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de informatiebeschikking heeft opgelegd en dat de schending van de administratieplicht en informatieplicht voldoende is vastgesteld. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Wel krijgt belanghebbende een termijn van zes weken om de nog beschikbare informatie alsnog aan te leveren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikking blijft in stand.