ECLI:NL:RBZWB:2023:5896
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking wapenverlof na betreden woning dader mishandeling
Eiser maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn wapenverlof door de korpschef, bevestigd door de minister, nadat hij betrokken was bij een incident waarbij hij de woning van de dader van een mishandeling van zijn zoon betrad. De rechtbank oordeelt dat het binnengaan van de woning een objectief toetsbare aanwijzing vormt dat eiser het bezit van wapens niet langer kan worden toevertrouwd.
De minister stelde dat eiser bewust de confrontatie opzocht en een zakmes zou hebben getoond, wat de risico's op misbruik van wapens vergroot. Eiser ontkende dit en stelde dat hij de-escalerend handelde en het mes niet gebruikte. De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs voor het tonen van het mes en baseerde haar oordeel op het betreden van de woning.
De rechtbank benadrukte dat wapenverlofhouders een bijzondere positie innemen en voorbeeldgedrag moeten tonen, ook in stressvolle situaties. De belangenafweging tussen veiligheid en de hobby van eiser viel uit in het voordeel van de openbare veiligheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van het wapen- en verenigingsverlof blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van het wapen- en verenigingsverlof van eiser blijft in stand wegens onvoldoende vertrouwen in het verantwoord wapenbezit.