ECLI:NL:RBZWB:2023:5902
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vermindert naheffingsaanslag omzetbelasting bij verkoop aandelen springpaarden en kent immateriële schadevergoeding toe
Belanghebbende, handelaar in springpaarden, verkocht in 2012 aandelen van 50% van het volle eigendom van diverse paarden aan buitenlandse kopers. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij het nultarief voor deze leveringen niet accepteerde. De rechtbank oordeelt dat de transacties leveringen van de helft van de eigendom van de paarden zijn en dat belanghebbende voor enkele paarden heeft aangetoond dat het nultarief terecht is toegepast.
De rechtbank beoordeelde per paard of aan de voorwaarden voor toepassing van het nultarief was voldaan, waarbij vooral het bewijs van vervoer naar andere lidstaten of export buiten de EU centraal stond. Voor een aantal paarden werd het nultarief bevestigd, wat leidde tot vermindering van de naheffingsaanslag van €117.460 tot €79.248. Daarnaast werd vastgesteld dat de inspecteur niet het volledige strafdossier had overgelegd, maar dit had geen gevolgen voor de beoordeling.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van 44 maanden werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €4.000 toegekend, verdeeld tussen de inspecteur en de Minister van Justitie en Veiligheid. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank op 24 augustus 2023 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €79.248 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €4.000.