Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 22 augustus 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Geschiktheid voor de functies
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkzaam als operator, viel uit wegens duizeligheids- en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 28 augustus 2021 omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beëindiging.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen van het UWV concludeerde dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat haar beperkingen, waaronder psychische klachten en SOLK, in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat zijn verwerkt. Eiseres voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat haar beperkingen onderschat werden, mede vanwege een taalbarrière en psychische problematiek. De rechtbank oordeelde echter dat het medisch onderzoek voldoende was, dat eiseres fysiek aanwezig was geweest en dat de beperkingen juist waren meegenomen.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies ondanks haar beperkingen. Eiseres betwistte dit, maar de rechtbank vond de functies passend en de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid correct. Hoewel het besluit een motiveringsgebrek vertoonde, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat de onderbouwing van het UWV actueel en volledig was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de gevolgen van het besluit. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.