Eisers waren eigenaar van een hotel-restaurant en verkochten dit aan gedaagden, waarbij een deel van de koopsom werd gefinancierd via een achtergestelde geldlening en een huurkoopovereenkomst voor een pannenkoekencarrousel. Gedaagden betaalden aanvankelijk rente, maar kwamen daarna in betalingsachterstand. Eisers vorderden betaling van de openstaande hoofdsom, rente, boete en incassokosten.
Gedaagden stelden dat de overeenkomsten consumentenkredietovereenkomsten waren en dat eisers niet voldeden aan de precontractuele informatieplichten, waardoor de overeenkomsten vernietigd of ontbonden moesten worden. Ook werd gesteld dat de overeenkomsten algemene voorwaarden bevatten met onredelijk bezwarende bedingen.
De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van consumentenkrediet omdat eisers niet als kredietgever in de zin van de wet konden worden aangemerkt en gedaagden de lening voor zakelijke doeleinden gebruikten. Ook waren de bedingen niet opgesteld voor meervoudig gebruik en dus geen algemene voorwaarden. De rechtbank veroordeelde gedaagden tot betaling van de openstaande hoofdsom van €30.000,00 met contractuele rente vanaf 1 maart 2021, een boete van €1.500,00 uit hoofde van de huurkoopovereenkomst en incassokosten van €1.075,00. De proceskosten werden grotendeels toegewezen.