Belanghebbende maakte op 9 januari 2023 bezwaar tegen de definitieve aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2020 en 2021. De inspecteur had uiterlijk op respectievelijk 24 februari 2023 en 22 maart 2023 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan.
Na ingebrekestelling op 11 april 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijn van twee weken, stelde belanghebbende beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat de beroepen ontvankelijk en gegrond zijn en beveelt de inspecteur binnen twee weken alsnog te beslissen op de bezwaren.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. De reeds verschuldigde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442 vanwege de samenhang tussen de jaren 2020 en 2021.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht van €50 en proceskosten van €418,50 aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 28 augustus 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.