Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
2.Feiten
3.Beoordeling door de rechtbank
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1000;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 759 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden het griffierecht van € 48 aan belanghebbende moet vergoeden.