ECLI:NL:RBZWB:2023:6034
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opheffing last onder dwangsom wegens koeienoverlast in Goirle
Eiser, eigenaar en bewoner van een perceel in Goirle, ervaart overlast van de koeien van zijn buurman, de derde-partij, die op zijn aangrenzende perceel koeien houdt. Het college legde in 2019 een last onder dwangsom op aan de derde-partij om het aantal koeien te beperken tot maximaal tien. Diverse controles tussen 2019 en 2022 toonden naleving van deze last.
De derde-partij verzocht in oktober 2022 om opheffing van de last onder dwangsom, waarop het college in november 2022 besloot deze op te heffen. Eiser maakte bezwaar en startte beroep tegen dit besluit, stellende dat de controles niet deugdelijk waren omdat ze vooraf waren aangekondigd en niet alle percelen waren gecontroleerd.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was de last op te heffen omdat de last meer dan een jaar van kracht was zonder dat dwangsommen waren verbeurd. De controles waren voldoende om vast te stellen dat geen overtredingen plaatsvonden. Eiser had bij vermeende overtredingen een handhavingsverzoek kunnen indienen, wat niet gebeurde.
Het college heeft de belangen zorgvuldig afgewogen en gemotiveerd dat geen reden bestond de last in stand te houden. De rechtbank vindt dat eiser onvoldoende heeft gemotiveerd waarom zijn belang zwaarder weegt dan dat van de derde-partij. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opheffing van de last onder dwangsom.