Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 25 augustus 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
- dat sprake is van een onderrapportage van het alcoholgebruik, omdat het opgegeven gebruik ten tijde van de laatste aanhouding niet in overeenstemming is met het geconstateerde adem- en bloedalcoholgehalte (AAG/BAG);
- dat de omstandigheid dat eiser zich goed in staat voelde te rijden met een verhoogd promillage een aanwijzing is voor een stoornis in alcoholgebruik, tolerantie;
- dat een aanwijzing voor tolerantie ook is gelegen in het feit dat eiser met een verhoogd promillage een flinke afstand heeft gereden;
- dat een aanwijzing voor onderrapportage ook is gelegen in het feit dat de opgebouwde tolerantie niet verklaard kan worden met het door hem anamnestisch opgegeven matige gebruik in het jaar voorafgaand aan de laatste aanhouding;
- dat, gelet op de geringe pakkans, niet aannemelijk is dat het op 21 maart 2021 gemeten promillage een uitschieter is geweest. Een meer structureel patroon van overmatig alcoholgebruik, in samenhang met de andere argumentatie, wordt aannemelijker geacht en meer in overeenstemming met de vastgestelde tolerantie voor de effecten van alcohol;
- dat eiser zijn rijbewijs nodig had voor zijn werk en door te rijden onder invloed riskeerde dat hij zijn rijbewijs kwijt zou raken en daarmee problemen op zijn werk zou krijgen. Dit is ook een aanwijzing voor een stoornis in alcoholgebruik;
- dat eiser heel wijdlopig en tangentieel antwoord geeft op de vragen. Dat hij maar matig antwoord geeft op de gestelde vragen en dat het onderzoek daardoor moeilijk verloopt.