De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek tot een opvolgende rechterlijke machtiging voor cliënt met een combinatie van een licht verstandelijke beperking en ernstige psychische stoornissen, waaronder een posttraumatische stressstoornis en borderline persoonlijkheidsstoornis.
Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen, waarbij ook een onafhankelijke psychiater en de geneesheer-directeur betrokken waren, concludeerde de rechtbank dat de problematiek van cliënt beter binnen het kader van de Wet zorg en dwang (Wzd) past dan binnen de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Hoewel cliënt zich hevig verzet tegen het verblijf en terug wil naar een eerdere GGZ-locatie of bij haar oom wil wonen, acht de rechtbank opname noodzakelijk vanwege ernstig levensgevaar, suïcidaliteit en agressief gedrag.
Ondanks dat de huidige behandelsetting bij de accommodatie niet ideaal is, is er vooruitgang geboekt, zoals het onder controle krijgen van middelengebruik en het succesvol starten van een EMDR-sessie. De rechtbank verlengt de rechterlijke machtiging voor verblijf tot uiterlijk 26 april 2024 en wijst minder ingrijpende alternatieven af vanwege het ontbreken van passende ambulante zorg en de onwenselijkheid van wonen bij de oom.
De uitspraak is mondeling gegeven op 7 augustus 2023 en schriftelijk uitgewerkt op 21 augustus 2023.