Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ingekomen ter griffie op 28 april 2023;
- het verweerschrift van KHS , ingekomen ter griffie op 3 juli 2023;
- de aanvullende producties van [verzoeker] , ontvangen ter griffie op 5 juli 2023;
- de aanvullende productie van KHS , ontvangen ter griffie op 6 juli 2023.
2.De feiten
In line with our previous messages regarding the end of your fixes-term employment contract by operation of law on 28 February 2023, we inform you as follows.
3.Het geschil
4.De beoordeling
is opgevolgddoor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, in afwijking van lid 1 voor de beëindiging van die opvolgende arbeidsovereenkomst opzegging nodig is en de arbeidsovereenkomst dus niet van rechtswege eindigt.
opvolgendearbeidsovereenkomsten. Opgemerkt wordt dat de Hoge Raad in het Ragetlie-arrest, kort gezegd, als voorwaarde voor de eis van opzegging stelde, dat de arbeidsvoorwaarden en werkzaamheden onder het tijdelijke contract gelijk dienden te zijn aan die welke op de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van toepassing waren. Toen de Ragetlie-regel in 1999 bij de zogenaamde Flexwet in de wet werd opgenomen werd deze voorwaarde eveneens opgenomen. Er moest destijds dus sprake zijn van een
voortgezettearbeidsovereenkomst, waarmee werd bedoeld dat de aard van de aan de arbeidsovereenkomst verbonden werkzaamheden en de identiteit niet zeer mochten verschillen. Op 1 juli 2015, toen de Wwz in werking trad, is ingevoerd dat de Ragetlie-regel geldt voor
opvolgendearbeidsovereenkomsten, waarbij uitdrukkelijk aansluiting is gezocht bij artikel 7:668a lid 1 sub a BW. Voor artikel 7:668a BW is evenwel de aard van de werkzaamheden niet relevant, maar telt enkel de keten. Gelet hierop is voor de vraag of de Ragetlie-regel van toepassing is – anders dan KHS aanvoert – niet langer relevant of er een wijziging van het type werkzaamheden en de identiteit van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden. Kortom, het gaat er slechts om dat partijen bij de arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd en daarna die van bepaalde tijd elkaars opvolger zijn.
voortijdig (prematurely)mag opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn. Verder is in de arbeidsovereenkomst bepaald dat de opzegtermijn voor de werkgever twaalf maanden is.
“Due to the specific fact that your employment contract was automatically terminated due to the passage of time, we have not further substantiated the dismissal in the draft you receive, because there are no reasons other than the passage of time.”. Hieruit blijkt dat de enige reden dat KHS de arbeidsovereenkomst wilde eindigen gelegen was in het feit dat de arbeidsovereenkomst in haar ogen van rechtswege zou aflopen, zoals [verzoeker] ook in het gesprek van 22 februari 2023 was meegedeeld. Een andere reden heeft KHS niet genoemd – ook niet nadat [verzoeker] haar op 3 maart 2023 (nog voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders) liet weten dat volgens hem de arbeidsovereenkomst niet was geëindigd – en was [verzoeker] ook niet bekend. Eerst in deze procedure legt KHS aan het ontslagbesluit ten grondslag, kort gezegd, dat zij al langer niet meer tevreden was over het functioneren van [verzoeker] (d-grond) en dat er ook een verschil van inzicht bestond over het te voeren beleid (h-grond).
.Bij [verzoeker] was er onvrede over onder meer het feit dat personeelsleden een dubbelrol vervulden, die ze niet volhielden. Hierdoor was er discussie over extra personeel, hetgeen waarover in maart 2022 al afspraken waren gemaakt volgens [verzoeker] . Ook was er bij [verzoeker] onvrede omdat er autonome businessunits zouden ontstaan en er taken van [aandeelhouder] ondergebracht moesten worden in de diverse BV’s. Over de invulling, de kosten en de vergoedingen hiervan is eveneens de nodige discussie geweest
.Tevens is duidelijk geworden dat tussen partijen sprake was van spanningen en op zijn minst verminderd vertrouwen. Dit heeft er zelfs toe geleid dat [verzoeker] heimelijk een telefoongesprek met de heer [naam 3] van [aandeelhouder] heeft opgenomen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat KHS – als zij had geweten dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege was geëindigd – deze toch wel binnen enkele maanden wegens een verschil van inzicht en/of ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding had opgezegd, waarbij ook in dat geval rekening had moeten worden gehouden met een opzegtermijn van twaalf maanden. In dat geval zou de arbeidsovereenkomst medio 2024 zijn geëindigd.