ECLI:NL:RBZWB:2023:6096

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 augustus 2023
Publicatiedatum
1 september 2023
Zaaknummer
AWB-23_3943
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens gebrek aan rechtsmacht bestuursrechter

Verzoekers hebben een verzoek tot betaling en schadeloosstelling ingediend bij een bank en de regering van Andorra, waarop geen beslissing is genomen. Na het uitblijven van een besluit hebben zij een bezwaarschrift ingediend en later een voorlopige voorziening gevraagd bij de Nederlandse bestuursrechter.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de Nederlandse bestuursrechter geen rechtsmacht heeft om besluiten van het Andorrese bestuursorgaan te toetsen. Hierdoor kan de rechtbank ook niet bevoegd worden in de hoofdzaak. Gezien het ontbreken van bevoegdheid wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter R.P. Broeders en griffier P.H.M. Verdonschot op 30 augustus 2023.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsmacht van de Nederlandse bestuursrechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3943 ONBEK VV

uitspraak van 30 augustus 2023 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[Eiser] en [Eiseres] , te [Woonplaats] verzoekers,

en

de minister van Financiën van Andorra, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 5 mei 2017 aan [Naam bank] en rechtsopvolger [naam rechtsopvolger] , [Instituut] en de Regering van het Vorstendom Andorra verzocht om betaling en volledige schadeloosstelling overeenkomstig een bijgevoegd overzicht.
Tegen het uitblijven van een beslissing op dit verzoek om betaling hebben verzoekers op 4 april 2018 een bezwaarschrift ingediend.
Op 31 juli 2023 hebben verzoekers een voorlopige voorziening gevraagd.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Desgevraagd hebben verzoekers aangegeven dat de minister van Financiën van het Vorstendom Andorra als verwerend bestuursorgaan moet worden aangemerkt. De Nederlandse bestuursrechter heeft geen rechtsmacht in Andorra en is niet bevoegd om besluiten van een Andorrees bestuursorgaan te beoordelen. Dit betekent dat de rechtbank niet bevoegd kan worden in de hoofdzaak die is gericht tegen het uitblijven van een besluit van de Andorrese minister van Financiën.
3. Omdat de rechtbank niet bevoegd kan worden in de hoofdzaak dient de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders , voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot , griffier, op 30 augustus 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.