ECLI:NL:RBZWB:2023:6100
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning op 1 januari 2020, vastgesteld op €473.000, en tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend en ontvankelijk was. De rechtbank beoordeelde vervolgens de juistheid van de vastgestelde WOZ-waarde aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. De heffingsambtenaar had referentieobjecten gebruikt die verdedigbaar waren en een nieuwe selectie gemaakt, wat is toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat de gebruikte eenheidsprijs van €1.413 per m2 in lijn was met de verkoopcijfers van vergelijkbare woningen en dat waardeverminderingen voor onderhoudstoestand en perceelsdoelmatigheid adequaat waren toegepast. De argumenten van belanghebbende leidden niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde en aanslag niet te hoog waren vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting is ongegrond verklaard.