ECLI:NL:RBZWB:2023:6114
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij opschorting persoonsgebonden budget wegens fraudeonderzoek
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het zorgkantoor van 31 mei 2023, waarin de betaling van zijn persoonsgebonden budget (pgb) werd opgeschort vanwege een ernstig vermoeden van fraude en een lopend onderzoek. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de opschorting te schorsen in afwachting van de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoeker is gevraagd om zijn spoedeisend belang nader te onderbouwen, onder meer met verklaringen van familieleden en financiële gegevens.
Uit de ingediende stukken bleek dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond waarom de zorg niet langer door zijn moeder kan worden verleend en waarom hij de kosten van hulp niet zelf kan dragen tijdens de bezwaarprocedure. Hierdoor is onvoldoende gebleken van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wees het verzoek af. De uitspraak is gedaan op 1 september 2023 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.