ECLI:NL:RBZWB:2023:6116
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens onvoldoende onderbouwing betalingsonmacht
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot betaling van een ontnemingsmaatregel van €64.070,30, waarvan hij tot op heden €10.634,44 heeft voldaan. Op 3 april 2023 heeft hij een verzoek ingediend tot kwijtschelding of vermindering van deze betalingsverplichting, stellende dat hij geen vermogen heeft, momenteel werkloos is en vanwege zijn lichamelijke en geestelijke toestand geen betaalde baan meer verwacht te krijgen. Tevens staat hij onder beschermingsbewind sinds 2019 en ervaart hij financiële moeilijkheden door prijsstijgingen.
De rechtbank heeft het verzoek op 23 augustus 2023 behandeld, waarbij de veroordeelde niet is verschenen ondanks oproeping. Het Openbaar Ministerie heeft het verzoek afgewezen vanwege het ontbreken van financiële bewijsstukken en onvoldoende onderbouwing van de stelling dat de veroordeelde niet kan werken. De rechtbank stelt dat de veroordeelde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen draagkracht heeft om de betalingsverplichting te voldoen. Gezien zijn leeftijd en het feit dat hij sinds 2016 betalingen verricht, wordt aangenomen dat hij nog verdiencapaciteit heeft.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de ontnemingsmaatregel af. De beslissing is op 6 september 2023 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de ontnemingsmaatregel wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonmacht.