ECLI:NL:RBZWB:2023:6118
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens gebrek aan verdiencapaciteit
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een ontnemingsmaatregel van € 328.273,17, waarvan hij tot december 2022 € 66.800,23 heeft betaald. Na langdurige afbetalingen, een periode van detentie met lijfsdwang, een faillissement en een afgerond WSNP-traject met schone lei, verzoekt hij om kwijtschelding van het resterende bedrag wegens blijvende financiële problemen en het ontbreken van verdiencapaciteit.
De rechtbank heeft het verzoek op 23 augustus 2023 behandeld en de veroordeelde, zijn advocaat en het Openbaar Ministerie gehoord. Het OM en het CJIB stelden dat de veroordeelde mogelijk wel financiële ruimte heeft en in de toekomst kan werken, en dat het prematuur is om kwijtschelding toe te kennen. De veroordeelde stelde echter dat hij momenteel niet kan werken en alleen van een uitkering leeft.
De rechtbank concludeert dat de veroordeelde voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen draagkracht meer heeft en dat het niet waarschijnlijk is dat hij in de toekomst kan terugbetalen. De vermeende luxe uitgaven zijn volgens de rechtbank noodzakelijk. Gezien de persoonlijke omstandigheden en de lange periode van afbetaling acht de rechtbank het billijk om het verzoek toe te wijzen en het resterende bedrag op nihil te stellen.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding van de ontnemingsmaatregel wordt toegewezen wegens gebrek aan verdiencapaciteit.