ECLI:NL:RBZWB:2023:6146
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend bezwaar bij aanslag inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018. De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift te laat is ingediend, aangezien de zeswekentermijn na dagtekening van de aanslag op 10 oktober 2019 op 21 november 2019 eindigde, terwijl het bezwaarschrift pas in augustus 2022 werd ontvangen.
Belanghebbende stelde dat eerder in 2019 een bezwaarschrift was ingediend, maar heeft dit niet met bewijsstukken onderbouwd. De rechtbank acht deze stelling onvoldoende aannemelijk en concludeert dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding.
Daarnaast is het beroep tegen de ambtshalve beslissing tot vermindering van de aanslag niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaarfase niet is doorlopen. De rechtbank draagt de inspecteur op het bezwaar tegen deze ambtshalve beslissing alsnog in behandeling te nemen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar en het beroep tegen de ambtshalve beslissing niet-ontvankelijk.