ECLI:NL:RBZWB:2023:6193
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting afgewezen
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting.
De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende stelt dat door de latere bekendmaking van de uitspraak op bezwaar in 2023 een onjuist tarief is toegepast. De rechtbank oordeelt dat de bekendmaking geen voorwaarde is voor de totstandkoming van het besluit en dat het besluit terecht het tarief uit 2022 hanteert.
Er zijn geen aanwijzingen dat het besluit niet in 2022 tot stand is gekomen. De rechtbank verwijst naar een arrest van de Hoge Raad ter ondersteuning van dit oordeel.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 8 september 2023 door rechter S.A.J. Bastiaansen.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is kennelijk ongegrond verklaard.