ECLI:NL:RBZWB:2023:6196
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting kennelijk ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over de kostenvergoeding in de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende stelt dat door de latere bekendmaking van het besluit in 2023 een onjuist tarief is toegepast.
De rechtbank oordeelt dat bekendmaking van een besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming daarvan en dat het besluit in 2022 tot stand is gekomen. De heffingsambtenaar heeft daarom terecht het tarief van 2022 gehanteerd. De latere bekendmaking in 2023 rechtvaardigt geen ander oordeel.
Gezien deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting is kennelijk ongegrond verklaard.