ECLI:NL:RBZWB:2023:6197
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kostenvergoeding bezwaarfase naheffingsaanslag parkeerbelasting kennelijk ongegrond verklaard
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda inzake de kostenvergoeding voor de bezwaarfase van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De kern van het geschil betreft de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij belanghebbende stelt dat door de latere bekendmaking van het besluit per e-mail in 2023 een onjuist tarief is gehanteerd.
De rechtbank oordeelt dat de bekendmaking van het besluit geen voorwaarde is voor de totstandkoming daarvan en dat het besluit in 2022 is genomen. Daarom is het tarief uit 2022 terecht toegepast. De latere bekendmaking in 2023 rechtvaardigt geen andere conclusie. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de kostenvergoeding in de bezwaarfase van de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt kennelijk ongegrond verklaard.