ECLI:NL:RBZWB:2023:6215

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2023
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
02-011507-23
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WVWArt. 8 WVWArt. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Taakstraf en gedeeltelijke rijontzegging voor aanrijding fietser onder invloed van alcohol

Op 20 augustus 2022 veroorzaakte verdachte een verkeersongeval in Oosterhout door onder invloed van alcohol geen voorrang te verlenen aan een fietser op een voorrangsweg. Het slachtoffer liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder aangezichtsfracturen en licht traumatisch schedel-hersenletsel.

De rechtbank oordeelde dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelde door onvoldoende te kijken en onder invloed te rijden, waardoor zij schuld had aan het ongeval. Verdachte werd vrijgesproken van roekeloosheid, maar het feit dat zij onder invloed was en de verkeersregels overtrad, was wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie eiste een taakstraf van 180 uur en een rijontzegging van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk. De verdediging vroeg om een voorwaardelijke geldboete en geen onvoorwaardelijke rijontzegging vanwege de emotionele impact en het belang van het rijbewijs voor het werk van verdachte.

De rechtbank legde een taakstraf van 160 uur op en een rijontzegging van twaalf maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De straf houdt rekening met de ernst van het letsel, het alcoholgebruik en het feit dat verdachte onvoldoende verantwoordelijkheid nam voor haar handelen. Verdachte werd veroordeeld tot vervangende hechtenis van 80 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd.

Uitkomst: Verdachte krijgt een taakstraf van 160 uur en een gedeeltelijke voorwaardelijke rijontzegging van twaalf maanden opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-011507-23
vonnis van de meervoudige kamer van 12 september 2023
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsvrouw mr. M. Brokx, advocaat te Breda

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 augustus 2023, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1:een verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij [slachtoffer] ernstig gewond is geraakt dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt;
feit 2:een voertuig heeft bestuurd terwijl zij onder invloed van alcohol was.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft onder invloed van alcohol in een auto gereden en geen voorrang verleend aan een fietser. Door dit zeer onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag is de fietser ernstig gewond geraakt.
Ook feit 2 kan wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft dit feit bekend.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Verdachte heeft slechts nagelaten voorrang te verlenen. Dit is onvoldoende om te kunnen spreken van schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro (hierna: WVW). Ook kan op grond van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen, dat concreet gevaar op de weg werd of kon worden veroorzaakt.
Ten aanzien van feit 2 is geen bewijsverweer gevoerd.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Feit 1 - feiten en omstandighedenOp grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen staat vast dat op 20 augustus 2022 een verkeersongeval heeft plaatsgevonden op het fietspad ter hoogte van de kruising van de Burgemeester Huijbregts-Schiedonlaan met de Vrachelsedijk in Oosterhout. Bij dit verkeersongeval waren een door verdachte bestuurde auto en een fietser betrokken. De Burgemeester Huijbregts-Schiedonlaan - inclusief het naastgelegen fietspad - is een voorrangsweg. Het [slachtoffer] reed op het fietspad toen verdachte komende vanaf de Vrachelsedijk de kruising op kwam rijden. Na de aanrijding was bij het slachtoffer sprake van fors letsel. Gebleken is dat verdachte reed onder invloed van alcohol.
Artikel 6 WVW Pro
Voor een bewezenverklaring van het misdrijf zoals bedoeld in artikel 6 WVW Pro moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan haar schuld te wijten is dat het verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, waarbij er in ieder geval sprake dient te zijn van aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend handelen door verdachte.
Vrijspraak roekeloosheid
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat van roekeloosheid geen sprake is. Verdachte zal hier partieel van worden vrijgesproken.
Schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro
De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, is of verdachte door haar gedragingen schuld heeft aan het verkeersongeval. Het komt hierbij aan op het geheel van de gedragin-gen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro.
Vast staat dat verdachte het onderhavige kruispunt met een lage snelheid is genaderd en voorrang had moeten verlenen aan verkeersdeelnemers op het haar kruisende fietspad. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, voordat zij het fietspad opreed, onvoldoende gekeken of het fietspad vrij was van overige verkeersdeelnemers. Verdachte kende de situatie ter plaatste en wist dat er fietsers van beide kanten kunnen komen. Daarnaast had zij vanaf de Vrachelsedijk goed zicht op het van links komende verkeer omdat zich daar geen obstakels op of rond het fietspad en de weg bevinden. Voorafgaand aan de aanrijding had verdachte het slachtoffer daarom al langere tijd kunnen zien aankomen. Indien zij voldoende had gekeken, zoals verdachte zelf heeft verklaard, had zij het slachtoffer moeten zien. Het feit dat de zon op het moment van de aanrijding erg laag stond, doet hier niet aan af. Daarnaast is komen vast te staan dat verdachte op het moment van de aanrijding onder invloed van alcohol was. De hoeveelheid alcohol in haar bloed was hoger dan het wettelijk toegestane maximum. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van alcohol de rijvaardigheid en het reactievermogen van een verkeersdeelnemer negatief beïnvloedt.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat verdachte tekort is geschoten in de zorgvuldigheid die van haar als verkeersdeelnemer verwacht mocht worden. De combinatie van de hiervoor omschreven verkeersovertredingen moet in de gegeven omstandigheden worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook schuld aan het verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 van Pro de WVW.
Letsel
De rechtbank kwalificeert het letsel van [slachtoffer] als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 van Pro de WVW, bestaande uit snijwonden op het voorhoofd en een knie, meerdere aangezichtsfracturen en licht traumatisch schedel-hersenletsel.
Conclusie
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2 - rijden onder invloed van alcohol
Dit feit kan bewezen worden verklaard gelet op de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen in het dossier.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
op 20 augustus 2022 te Oosterhout als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, Vrachelsedijk en/of Burgemeester Huijbregts-Schiedonlaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,
- in onvoldoende mate naar het voor haar, verdachte, gelegen fietspad te kijken of dit fietspad vrij was van verkeersdeelnemers,
- geen gevolg te geven aan verkeersbord B6 en haaientanden,
- geen voorrang te verlenen aan een fietser en
- in botsing te komen met de fietser, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
- een hoofdwond,
en
- scheuren in het bot van het gezicht,
werd toegebracht, terwijl zij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8 tweede Pro lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2
op 20 augustus 2022 te Oosterhout, als bestuurder van een motorrijtuig, (Opel Corsa, [kenteken] ), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in haar adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 180 uur en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om aan verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen en te volstaan met een voorwaardelijke geldboete. Verdachte heeft haar rijbewijs nodig voor haar werk en een taakstraf is vanwege de emotionele staat van verdachte niet wenselijk. Bovendien heeft verdachte ontzettend veel spijt van wat zij heeft gedaan en heeft het ongeval ook een enorme impact op haar gehad. Ten slotte heeft verdachte een blanco strafblad.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft op 20 augustus 2022 als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden. Zij heeft onder invloed van te veel alcohol deelgenomen aan het verkeer, heeft niet goed gekeken of de weg waarop zij linksaf wilde slaan vrij was van verkeer en heeft ten slotte geen voorrang verleend aan een van links komende fietser. Door de daarop volgende aanrijding heeft [slachtoffer] fors letsel opgelopen, namelijk meerdere breuken in het aangezicht, licht traumatisch hersenletsel en snijwonden in de knie en het hoofd. Het is vanzelfsprekend dat de aanrijding veel impact heeft gehad op het leven van het slachtoffer en een diepe indruk op haar heeft gemaakt.
De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat zij onvoldoende verantwoordelijk-heid neemt voor haar handelen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij en het slachtoffer beiden schuldig zijn aan het verkeersongeval. Dit is volledig onterecht aangezien verdachte degene was die een voorrangsweg naderde en voorrang had moeten verlenen en uit het dossier niet blijkt dat het slachtoffer enige verkeersregel heeft overtreden of anderszins ongelukkig heeft gehandeld.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, een slachtoffer met zwaar lichamelijk letsel en een alcoholpromillage bij verdachte van minder dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, geldt als uitgangspunt een taakstraf van 160 uur en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van achttien maanden.
De rechtbank houdt er in strafverminderende zin rekening mee dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat zij inmiddels fulltime werkt als accountmanager en hiervoor haar rijbewijs nodig heeft. De rechtbank begrijpt dan ook dat een lange onvoorwaardelijke rijontzegging mogelijk tot gevolg zal hebben dat verdachte haar baan verliest.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 160 uur passend en geboden. Daarnaast zal aan verdachte een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen worden opgelegd voor de duur van twaalf maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het voorwaardelijke strafdeel is bedoeld om verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen en daarnaast om de ernst van het feit te benadrukken.

7.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8.De beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 2:overtreding van artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast van
80 (tachtig) dagen;
Bijkomende straffen
- veroordeelt verdachte tot een
ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden, waarvan 9 (negen) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. S.H. van Nieuwkerk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 september 2023.
Mr. M.H.M. Collombon en mr. A.C.L.J. Luijten zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.