Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn een huurovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan per 31 maart 2021, die volgens de verhuurder van rechtswege eindigde op 31 december 2022. De huurder betwistte dit en stelde dat sprake was van een overeenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst geldig is en tijdig is opgezegd door de verhuurder met inachtneming van de opzegtermijn.
De huurder heeft een huurachterstand opgebouwd en de waarborgsom niet voldaan. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van de huurachterstand en een schadevergoeding voor gebruik na het einde van de huurperiode. De kantonrechter wees de ontbindingsvordering af omdat de overeenkomst reeds was geëindigd, maar veroordeelde de huurder tot ontruiming en betaling van de huurachterstand en schadevergoeding.
De medebewoonster werd eveneens veroordeeld de ontruiming te gedogen. De proceskosten werden hoofdelijk aan de huurder en medebewoonster opgelegd. De machtiging voor inzet van de sterke arm werd afgewezen omdat dit al uit de wet volgt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig geëindigd, gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en proceskosten.