ECLI:NL:RBZWB:2023:6233

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 maart 2023
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
10252426 CV EXPL 22-3200 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering huurachterstand met toewijzing wettelijke rente en incassokosten

Tussen Newomij Vastgoed B.V. als verhuurder en de huurder bestaat een huurovereenkomst voor een woning. Vanaf september 2022 betaalde de huurder de huur niet volledig of tijdig. Newomij vorderde betaling van de achterstallige huur, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

De huurder erkende de huurachterstand, maar maakte bezwaar tegen de gevorderde contractuele rente. Newomij stelde dat alleen wettelijke rente werd gevorderd, wat niet werd weersproken. De rechtbank stelde vast dat de gevorderde incassokosten aan de wettelijke eisen voldeden.

De rechtbank veroordeelde de huurder tot betaling van €604,80 plus wettelijke rente vanaf verschillende data, en in de proceskosten. Tevens werd een betalingsregeling besproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €604,80 huurachterstand met wettelijke rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 10252426 \ CV EXPL 22-3200
vonnis d.d. 29 maart 2023
inzake

1.de besloten vennootschap Newomij Vastgoed B.V.,

2. de besloten vennootschap
B.V. Beleggingsfonds Hoogh Blarick,
beiden gevestigd te Naarden,
eisers,
hierna gezamenlijk te noemen: Newomij,
gemachtigde: [naam01] ,
tegen

1.[gedaagde01] ,

2.
[gedaagde02],
beiden wonende te [woonplaats01] ,
gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [gedaagden01] ,
procederend in persoon.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit:
a. het tussenvonnis in deze zaak van 25 januari 2023 en de daarin genoemde stukken;
b. de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 27 februari 2023.

2.De feiten

2.1
Tussen Newomij als verhuurder en [gedaagden01] als huurder bestaat een huurovereenkomst voor de woning aan de [adres01] te [plaats01] .
2.2
De huurprijs bedraagt € 1.084,65 per maand en dient bij vooruitbetaling vóór of op de eerste dag van elke maand te worden betaald.
2.3
[gedaagden01] voldeed vanaf september 2022 de huur niet tijdig en/of volledig.
2.4
Bij brief van 1 november 2022 verzocht Newomij [gedaagden01] een bedrag van € 3.253,95 aan achterstallige huur te voldoen binnen veertien dagen vanaf de dag nadat deze brief is bezorgd, met de aanzegging dat bij het uitblijven van tijdige betaling buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw en rente in rekening worden gebracht.
2.5
[gedaagden01] verrichtte in totaal vier betalingen van ieder € 1.084,65 aan (de gemachtigde van) Newomij op 22 november, 12 december en twee betalingen op 16 december 2022.

3.Het geschil en de beoordeling

3.1
Newomij vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden01] te veroordelen om aan Newomij tegen behoorlijk bewijs van kwijting hoofdelijk te betalen € 2.774,10, vermeerderd met de wettelijke rente van 2,00% per jaar vanaf 5 december 2022 tot de dag van algehele voldoening met veroordeling van [gedaagden01] in de kosten rechtens en de nakosten.
3.2
Naar de kantonrechter begrijpt, is het door Newomij gevorderde bedrag van € 2.774,10 als volgt opgebouwd. De huurachterstand over de maanden september tot en met november 2022 bedroeg € 3.253,95. Dit bedrag heeft Newomij vermeerderd met € 59,82 aan rente vanaf de vervaldata van de huurtermijnen tot 5 december 2022 en met € 544,98 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw. Tot slot brengt Newomij daarop in mindering de betaling door [gedaagden01] van € 1.084,65 op 22 november 2022.
3.3
[gedaagden01] erkent de huurachterstand. Het door Newomij gevorderde bedrag dient nog wel te worden verminderd met de twee betalingen verricht op 12 en 16 december 2022 van in totaal € 2.169,30. De andere betaling van € 1.084,65 op 16 december 2022 dient te worden toegeschreven aan de huur van december 2022. De hoogte van deze betaling komt immers exact overeen met een maandtermijn en in de omschrijving is uitdrukkelijk vermeld
“Huur December 2022, [adres01] [plaats01] ”. Nu de huur (achterstand) over de maand december 2022 niet door Newomij wordt gevorderd, zal dit verder buiten de beoordeling blijven.
3.4
De vordering van Newomij tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten voldoet aan de wettelijke eisen. Het gevorderde bedrag van € 544,98 inclusief btw komt overeen met het daarvoor geldende tarief, zodat dit bedrag toewijsbaar is.
3.5
De gemachtigde van Newomij heeft ter zitting toegelicht dat Newomij geen beroep doet op de (hogere) contractuele rente maar slechts op de wettelijke rente van 2,00% per jaar. [gedaagden01] heeft dit niet weersproken. De gevorderde rente zal dan ook worden toegewezen zoals in het dictum vermeld.
3.6
Al met al resteert een bedrag van (€ 2.774,10 – 2x € 1.084,65=) € 604,80. Dit zal worden toegewezen. Ter zitting heeft [gedaagden01] gezegd een betalingsregeling te willen treffen, waartoe namens Newomij ook bereidheid is uitgesproken. Daarvoor dient [gedaagden01] contact op te nemen met de gemachtigde van Newomij.
3.7
[gedaagden01] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Het salaris gemachtigde wordt vastgesteld op basis van het tarief behorende bij € 1.689,45, zijnde het openstaande bedrag ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding (de huurachterstand tot en met november 2022 plus rente en kosten minus de betalingen verricht op 22 november en 12 december 2022). De proceskosten worden tot op heden aan de zijde van Newomij vastgesteld op in totaal € 1.010,03, bestaande uit:
  • explootkosten € 125,03,
  • griffierecht € 487,00,
  • salaris gemachtigde € 398,00 (2 punten x € 199,00).
3.8
De door Newomij gevorderde nakosten zullen worden toegewezen en op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1
veroordeelt [gedaagden01] hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Newomij te betalen een bedrag van € 604,80, te vermeerderen met de rente van 2,00% per jaar over:
  • € 2.774,10 vanaf 5 december 2022 tot 12 december 2022;
  • € 1.689,45 vanaf 12 december 2022 tot 16 december 2022;
  • € 604,80 vanaf 16 december 2022 tot de dag van algehele voldoening;
4.2
veroordeelt [gedaagden01] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Newomij tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 1.010,03;
4.3
veroordeelt [gedaagden01] hoofdelijk onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door Newomij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 99,50 (half salarispunt met een maximum van € 124,00) aan salaris voor de gemachtigde van Newomij;
4.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.5
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kool, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.