Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- explootkosten € 133,45,
- griffierecht € 128,00,
- salaris gemachtigde € 398,00 (2 punten x € 199,00).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Tussen L’Escaut als verhuurder en de heer als huurder bestond sinds 29 september 2016 een huurovereenkomst voor een woning. De huurder stond onder bewind vanwege zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand. Vanaf 2019 ontving verhuurder meldingen van overlast, waaronder een incident in augustus 2019 waarbij de politie moest ingrijpen en een brandstichting in maart 2022, waarvoor de huurder strafrechtelijk is veroordeeld.
Verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De kantonrechter oordeelde dat de brandstichting en het eerdere incident een ernstige tekortkoming vormen die ontbinding rechtvaardigen. Overige gestelde overlast zoals geluidsoverlast en stank was onvoldoende onderbouwd.
De persoonlijke omstandigheden van de huurder, waaronder psychische problemen, konden verhuurder niet worden tegengeworpen. De huurder werd veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening het gehuurde te ontruimen en gebruiksvergoeding te betalen vanaf ontbinding tot ontruiming. Proceskosten en wettelijke rente werden eveneens toegewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van gebruiksvergoeding.