ECLI:NL:RBZWB:2023:6243
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Van der Burgt
- Rechtspraak.nl
Verbod ontruiming gehuurde wegens reële dreiging eigenrichting tijdens bodemprocedure
Tussen verhuurder en huurder bestaat een huurovereenkomst voor woonruimte sinds 1 november 2021. Huurder heeft een huurachterstand opgebouwd, waarna verhuurder een bodemprocedure is gestart met vordering tot ontbinding en ontruiming. Tijdens de procedure ontstond een reële dreiging van ontruiming zonder executoriale titel, onder meer door intimiderende whatsappberichten en bezoek aan de woning.
Huurder vordert in kort geding een verbod op ontruiming zonder executoriale titel voor de duur van de bodemprocedure. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de dreiging aannemelijk is gemaakt. De primaire vordering tot terugkeer in het gehuurde is niet toewijsbaar omdat huurder nog in het pand verblijft.
De rechter wijst de subsidiaire vordering toe en verbiedt verhuurder ontruiming zonder executoriale titel tot de uitspraak in de bodemprocedure, met een dwangsom van maximaal €40.000. Verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder is verboden om huurder te ontruimen zonder executoriale titel gedurende de bodemprocedure met een dwangsom van maximaal €40.000.