Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] ;
14 februari 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 augustus 2023 uitspraak gedaan in een rekestprocedure tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een manisch psychotisch ontregeld toestandsbeeld. De zorgmachtiging werd aanvankelijk voor drie weken verleend en het resterende verzoek betrof de periode tot 14 februari 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat, een arts, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige en een coassistent aanwezig. De officier van justitie was niet verschenen. Betrokkene wenste terug naar huis, maar de arts en verpleegkundige stelden dat zij nog niet stabiel is en dat ontslag pas verantwoord is bij herstel van het dag- en nachtritme. Er is sprake van ernstig nadeel, waaronder geluidsoverlast, agressief gedrag, dreigende uithuiszetting en verwaarlozing.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die leidt tot ernstig nadeel en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene medicatie niet vrijwillig gebruikt en contact met hulpverleners vermijdt. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg omvatten medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperking, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. Andere gevraagde zorgvormen werden afgewezen als niet noodzakelijk.
De zorgmachtiging wordt verlengd tot en met 14 februari 2024, omdat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en de zorg evenredig en effectief wordt geacht. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging tot en met 14 februari 2024 met noodzakelijke vormen van verplichte zorg.