Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
29 februari 2024.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor een cliënt geboren in 1931, vanwege een gevorderd dementieel toestandsbeeld. De mondelinge behandeling vond plaats op het woonadres van cliënt, waarbij cliënt, haar advocaat, dochter, casemanager en thuiszorg-verpleegkundige werden gehoord.
Cliënt gaf aan thuis te willen blijven wonen en ontkende dementie, hoewel zij wat vergeetachtig is. De thuiszorg-verpleegkundige en casemanager rapporteerden echter dat de zorg in de thuissituatie onvoldoende is, cliënt regelmatig hulp weigert, en er sprake is van groot valgevaar en medicatiefouten. De dochter bevestigde dat de thuissituatie onhoudbaar is geworden en dat cliënt onvoldoende sociale contacten heeft.
De rechtbank concludeerde op basis van medische verklaringen dat cliënt lijdt aan een gevorderde dementie die leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname in een verpleeginstelling is noodzakelijk en geschikt om dit ernstig nadeel te voorkomen, omdat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn.
Ondanks het verzet van cliënt tegen opname, is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging. De rechtbank verleent de machtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 29 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens gevorderde dementie en ernstig nadeel.