ECLI:NL:RBZWB:2023:6269
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- De Beer
- Slot
- Kempen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging ouderlijk gezag moeder afgewezen wegens belang minderjarigen
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarigen te beëindigen vanwege zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en het ontbreken van een duidelijk toekomstperspectief. De minderjarigen verblijven sinds 2021 niet meer bij hun moeder; de oudste woont bij een jeugdinstelling en de jongste bij de grootouders.
Tijdens de mondelinge behandeling kwamen verschillende standpunten aan bod. De Raad en de gecertificeerde instelling benadrukten de noodzaak van beëindiging vanwege blijvende onzekerheid en zorgen over de opvoedcapaciteiten van de moeder. De moeder en de grootouders stelden echter dat er sprake is van een redelijke samenwerking en dat het belang van de kinderen is gediend met voortzetting van het gezag van de moeder, mede omdat de kinderen zelf dit wensen.
De rechtbank overwoog dat het gezag niet misbruikt wordt en dat de ontwikkeling van de minderjarigen niet ernstig wordt bedreigd door voortzetting van het gezag. Ook is het belang van de jongste minderjarige zodanig dat beëindiging van het gezag haar contact met de moeder zou schaden. De rechtbank concludeerde dat het gezag van de moeder kan worden voortgezet binnen het vrijwillig kader en wees het verzoek tot beëindiging af. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard om direct in werking te treden.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder wordt afgewezen omdat het belang van de minderjarigen zich daartegen verzet.