Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[bedrijf eiser],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van achterstallige huur, ontruiming van de gehuurde studio, en een voorschot op schoonmaakkosten. Gedaagde verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat de vorderingen voldoende aannemelijk zijn voor toewijzing. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat onvoldoende is onderbouwd dat gedaagde de woning niet zal verlaten; bovendien blijkt uit een e-mail dat gedaagde al aan het verhuizen is.
Ook het voorschot op schoonmaakkosten wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van de noodzaak en omvang van de kosten. De kantonrechter wijst de betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en gebruiksvergoeding toe, en veroordeelt gedaagde tot ontruiming uiterlijk 30 september 2023 met oplevering bezemschoon.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur en kosten, terwijl dwangsom en voorschot schoonmaakkosten worden afgewezen.