ECLI:NL:RBZWB:2023:6334

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 september 2023
Publicatiedatum
8 september 2023
Zaaknummer
BRE 23/1058
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen van griffierecht bij precariobelasting

Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de aanslag precariobelasting 2021 van de gemeente Waalwijk. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht.

De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld het griffierecht van €365 binnen vier weken te betalen. Belanghebbende heeft dit niet gedaan en geen verontschuldiging gegeven voor het verzuim. Een verzoek om vrijstelling van het griffierecht wegens samenhang met andere procedures is afgewezen omdat er sprake is van meerdere beroepschriften.

De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/1058

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., uit [plaats] , belanghebbende,

(gesteld [gemachtigde] ),
en

De heffingsambtenaar van de gemeente Waalwijk, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 14 november 2022. Het beroep ziet op de aanslag precariobelasting 2021 met [aanslagnummer] .
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een ‘goede’ reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 9 maart 2023 belanghebbende in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Belanghebbende heeft bij brief van 15 februari 2023 verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens samenhang van de procedures met zaaknummers BRE 21/4917 tot en met 21/4920.
De rechtbank merkt op dat de omstandigheid dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat sprake is van samenhangende zaken, dit belanghebbende niet ontslaat van de verplichting om binnen de gestelde termijn het griffierecht te voldoen. [1] Verder heeft de griffier van de rechtbank het verzoek om slechts éénmaal griffierecht te heffen afgewezen, omdat er sprake is van meerdere beroepschriften en niet van één beroepschrift dat is ingesteld tegen meerdere samenhangende uitspraken op bezwaar. [2]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 15 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 14 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:560
2.Artikel 8:41, derde lid van de Awb.