ECLI:NL:RBZWB:2023:6339
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht opgelegd ondanks betoog laden en lossen
Belanghebbende stond op 17 november 2022 met zijn auto stil op een parkeerplaats aan de [adres], waar betaald parkeren geldt. Tijdens een controle bleek dat er geen betaaltransactie actief was, waarna een naheffingsaanslag van €59,00 werd opgelegd. Belanghebbende betoogde dat hij slechts kort had stilgestaan om een rokje af te geven, wat geen laden en lossen van goederen van enige omvang of gewicht zou zijn.
De rechtbank overwoog dat laden en lossen alleen geldt bij het in- of uitladen van zaken van zodanige omvang of gewicht dat vervoer per voertuig noodzakelijk is. De enkele handeling van het afgeven van een rokje werd niet als laden en lossen aangemerkt. Ook het korte tijdsbestek maakte dit niet anders. Daarnaast is parkeerbelasting direct bij het parkeren verschuldigd, ongeacht of er personen in de auto aanwezig zijn.
Belanghebbende voerde verder aan dat hij geen duidelijke aanwijzing had gezien over het betaald parkeren en dat hij achteraf hoorde dat er een kwartier vrij parkeren zou zijn. De rechtbank achtte het aannemelijk dat voldoende bebording aanwezig was en wees erop dat het de verantwoordelijkheid van belanghebbende is om parkeerbelasting te voldoen.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd.