ECLI:NL:RBZWB:2023:6351
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser werkte als operator afvullerij en meldde zich in 2013 ziek. Het UWV kende hem in 2015 een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Na een verzoek van de ex-werkgever herbeoordeelde het UWV de arbeidsongeschiktheid en stelde vast dat eiser per 8 september 2022 slechts 31,65% arbeidsongeschikt was, waardoor de WGA-loonaanvullingsuitkering werd beëindigd.
Eiser betwistte deze vaststelling en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt bleef en de geduide functies niet kon verrichten. De rechtbank beoordeelde het medische en arbeidskundige onderzoek van het UWV, waarin een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de beperkingen en mogelijkheden van eiser vaststelden. De medische beoordeling was inhoudelijk overtuigend en onderbouwd met dossieronderzoek en een hoorzitting.
De arbeidsdeskundige stelde dat eiser niet geschikt was voor zijn eigen werk, maar wel voor drie andere functies, waarbij hij 68,35% van zijn oorspronkelijke loon kon verdienen. De rechtbank vond geen reden om aan deze vaststellingen te twijfelen en concludeerde dat het UWV terecht de uitkering beëindigde. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 8 september 2022.