ECLI:NL:RBZWB:2023:6395
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2018
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018, waarin de inspecteur bepaalde aftrekposten heeft gecorrigeerd. Het geschil betreft de hoogte van de aftrek voor reiskosten openbaar vervoer, betaalde verzekeringspremies, betaalde alimentatie en specifieke zorgkosten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat belanghebbende niet is verschenen op de zitting, maar wel tijdig en correct is uitgenodigd. De inspecteur heeft de aanslag vastgesteld op een belastbaar inkomen van € 38.795, waarbij de aftrekposten zijn gecorrigeerd ten opzichte van de door belanghebbende opgegeven bedragen.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aan haar bewijslast heeft voldaan om de hogere aftrekbedragen aannemelijk te maken. De stukken over reiskosten, verzekeringspremies, alimentatiebetalingen en zorgkosten zijn onvoldoende of ontbreken. De inspecteur heeft belanghebbende voldoende gelegenheid gegeven bewijsstukken aan te leveren. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de aanslag ongewijzigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag IB/PVV 2018 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.