ECLI:NL:RBZWB:2023:6399

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 september 2023
Publicatiedatum
12 september 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3646
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen besluit DUO

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van 8 juli 2021. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens te late indiening. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken na bekendmaking van het besluit.

Het besluit van DUO is op 8 juli 2021 bekendgemaakt, waardoor de termijn eindigde op 19 augustus 2021. Eiser heeft het beroepschrift pas op 5 juli 2023 digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn. Eiser voerde aan dat gebrek aan juridische kennis en overweldiging hem verhinderden eerder te handelen.

De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen verontschuldiging vormen. Eiser had tijdig hulp kunnen inschakelen of zich kunnen informeren. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3646 WSFBSF

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), verweerder.

Procesverloop

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van DUO van 8 juli 2021.
1.1
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden/gepubliceerd. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
3.1
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [4]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat DUO het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 8 juli 2021 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 19 augustus 2021.
4.1
Eiser heeft op 5 juli 2023 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verschoonbaar?
5. Eiser heeft als reden voor de te late indiening van het beroepschrift aangegeven dat hij volledig onbekend was met het juridisch proces. Eiser voelde zich overweldigd en verloren en het gebrek aan kennis en ervaring weerhield hem er van om direct actie te ondernemen. Doordat het afbetalen van eisers studieschuld dit jaar is gestart, kwam het onderwerp ter sprake en heeft een vriend van hem geholpen.
5.1
Hetgeen eiser heeft aangevoerd is geen verontschuldiging voor dit verzuim. Dat eiser zich overweldigd en verloren voelde is uiteraard vervelend, maar enkel de stelling van eiser zonder verdere onderbouwing is niet voldoende. Het is dan ook niet aannemelijk gemaakt dat eiser niet in staat is geweest tijdig een beroepschrift in te dienen of een ander in te schakelen om dit namens hem te doen. Mede bij gebrek aan juridische kennis of digitale vaardigheden is het verstandig om (tijdig) iemand in te schakelen of zichzelf te laten informeren. Eiser is daar zelf voor verantwoordelijk.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 september 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.