ECLI:NL:RBZWB:2023:6472

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
AWB- 23_3481
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling wegens niet tijdige besluitvorming door UWV

Verzoeker diende op 13 juli 2022 een aanvraag in bij het UWV. Omdat het UWV niet tijdig op deze aanvraag besloot, stelde verzoeker op 22 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Het UWV besloot alsnog op 19 juli 2023, waarna verzoeker zijn beroep introk.

De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV gaf aan bereid te zijn deze kosten te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift voldeed aan de wettelijke vereisten en dat het UWV daarmee geheel aan het beroep tegemoet was gekomen.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het UWV op een bedrag van €418,50 aan proceskosten te betalen. Dit bedrag betreft de kosten voor het indienen van het beroepschrift, aangezien de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. Het griffierecht werd niet vergoed omdat verzoeker dit niet had voldaan.

De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier D. Alblas op 14 september 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet instellen met een toelichting en eventueel een verzoek om een zitting.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/3481

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. A.W.M. van de Wouw),
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van besluit op zijn aanvraag van 13 juli 2022. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 19 juli 2023 alsnog op zijn aanvraag heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld bereid te zijn de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) te vergoeden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 22 juni 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld omdat het UWV niet tijdig had beslist op zijn aanvraag van 13 juli 2022. Het UWV heeft op 19 juli 2023 alsnog op de aanvraag beslist. De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift voldeed aan de vereisten als genoemd in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 418,50 omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat verzoeker het griffierecht (nog) niet had voldaan, zodat het UWV het griffierecht niet hoeft te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 14 september 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Bpb.