ECLI:NL:RBZWB:2023:6472
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdige besluitvorming door UWV
Verzoeker diende op 13 juli 2022 een aanvraag in bij het UWV. Omdat het UWV niet tijdig op deze aanvraag besloot, stelde verzoeker op 22 juni 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. Het UWV besloot alsnog op 19 juli 2023, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV gaf aan bereid te zijn deze kosten te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift voldeed aan de wettelijke vereisten en dat het UWV daarmee geheel aan het beroep tegemoet was gekomen.
De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling toe en legde het UWV op een bedrag van €418,50 aan proceskosten te betalen. Dit bedrag betreft de kosten voor het indienen van het beroepschrift, aangezien de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. Het griffierecht werd niet vergoed omdat verzoeker dit niet had voldaan.
De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier D. Alblas op 14 september 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak verzet instellen met een toelichting en eventueel een verzoek om een zitting.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens niet tijdig beslissen.