ECLI:NL:RBZWB:2023:6485

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 augustus 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
10658663 CV EXPL 23-2398 (E)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 14 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling financial lease door vennootschap naar buitenlands recht

Hoist Finance AB, gevestigd in Zweden, vordert betaling van openstaande bedragen van gedaagde voortvloeiend uit een financial lease overeenkomst gesloten met Volkswagen Bank GmbH. De vorderingsrechten zijn via cessie overgedragen aan eiseres.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is op grond van Brussel I bis-verordening omdat gedaagde in Nederland woont. Het toepasselijke recht op de vordering is Nederlands recht conform de algemene voorwaarden en Verordening Rome I. Gedaagde is ondanks behoorlijke dagvaarding niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 4.588,32 vermeerderd met contractuele rente van 1,5% per maand over € 3.564,92 vanaf 13 juli 2023 tot volledige voldoening. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in proceskosten en nakosten, met een forfaitair bedrag voor BRP-kosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 4.588,32 met rente en proceskosten na verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10658663 CV EXPL 23-2398
vonnis d.d. 13 september 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
Hoist Finance AB,
statutair gevestigd te Stockholm, Zweden,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands gerechtsdeurwaarder te Bergen op Zoom,
tegen
[gedaagde] voorheen handelend onder de naam [bedrijf gedaagde]
wonende te [woonadres],
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 juli 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijke recht
2.1
Nu eiseres gevestigd is te Zweden, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord op grond van artikel 4 van Pro de in deze toepasselijke Verordening (EU)
nr. 1215/2012, Brussel I bis. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien gedaagde in Nederland woonachtig is.
2.2
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Zweden zijn beide partij bij de Verordening (EU)
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I).
Gedaagde heeft op 18 april 2018 met Volkswagen Bank GmbH h.o.d.n. `Autocash` een overeenkomst tot financial lease gesloten. Volkswagen Bank GmbH heeft haar uit deze overeenkomst voortvloeiende vorderingsrechten gecedeerd aan Volkswagen Pon Financial Services B.V. (voorheen statutair genaamd Volkswagen Leasing B.V.). Tenslotte heeft eiseres op haar beurt de uit de overeenkomst voortvloeiende vorderingsrechten op gedaagde middels cessie overgedragen gekregen van Volkswagen Pon Financial Services B.V.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van Pro de Verordening Rome I wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden is dat Nederlands recht.
Inhoudelijke beoordeling
2.3
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.4
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
2.6
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten – waaronder de nakosten – met dien verstande dat, bij gebrek aan voldoende specificatie als vergoeding van BRP kosten niet meer wordt toegekend dan het in dit geval redelijke en gebruikelijke forfaitaire bedrag van € 0,59 (excl. btw). De proceskosten aan de zijde van eiseres wordt tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,32
griffierechten € 487,00
salaris gemachtigde
€ 264,00
totaal € 858,32.
2.7
De nakosten worden begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 4.588,32 vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand over een bedrag van € 3.564,92 vanaf 13 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 858,32;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op
13 september 2023.