ECLI:NL:RBZWB:2023:6486

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
10658629 CV EXPL 23-2396 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 130 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst en veroordeling tot betaling inclusief rente en kosten

Eiser heeft de rechtbank verzocht om gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van €9.885,80 inclusief btw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 juli 2023, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Gedaagde is niet verschenen ondanks behoorlijke dagvaarding, waardoor verstek is verleend.

Eiser heeft na dagvaarding een wijziging van eis ingediend, maar deze wijziging is buiten beschouwing gelaten omdat niet is aangetoond dat deze wijziging tijdig aan gedaagde is betekend. De kantonrechter oordeelt dat de primaire vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe.

De overeenkomst tussen partijen wordt ontbonden met ingang van 28 juni 2023. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, de buitengerechtelijke kosten van €869,29, en de proceskosten van €769,14, vermeerderd met wettelijke rente. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad. De overige vorderingen worden afgewezen.

Uitkomst: De overeenkomst is ontbonden en gedaagde is veroordeeld tot betaling van €9.885,80 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10658629 CV EXPL 23-2396
vonnis d.d. 13 september 2023
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. S.M. Depmann van D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
de besloten vennootschap
Toekomst Bouw & Renovaties B.V.,
statutair gevestigd te Amsterdam,
kantoorhoudende te 1781 BL Den Helder, Binnenhaven 76-D,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 4 augustus 2023 met producties.
2. Het geschil en de beoordeling
2.1
Eiser heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Bij brief van 10 augustus 2023 heeft eiser een akte wijziging van eis van eis aan de rechtbank gestuurd.
2.4
Op grond van artikel 130 lid 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering is, indien een partij niet in het geding is verschenen, een verandering of vermeerdering van eis tegen die partij uitgesloten, tenzij de eiser de verandering of vermeerdering tijdig bij exploot aan haar heeft kenbaar gemaakt. Omdat niet is gebleken dat een dergelijk exploot aan gedaagde is uitgebracht, moet de wijziging van eis buiten beschouwing worden gelaten.
2.3
Nu het in de dagvaarding primair gevorderde de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal dit worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien en voor zover gedaagde de proceskosten niet binnen veertien dagen na de
betekeningvan het vonnis zal hebben voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de proceskostenveroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien.
2.4
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder de nakosten, die aan de zijde van eiser tot op heden worden vastgesteld op:
- dagvaardingskosten € 129,14
- griffierecht € 244,00
- salaris gemachtigde
€ 396,00
totaal € 769,14.
2.5
De nakosten worden begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verklaart voor recht dat de tussen eiser en gedaagde gesloten overeenkomst op 28 juni 2023 is ontbonden;
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen een bedrag van € 9.885,80 inclusief btw vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 869,29;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiser tot op heden vastgesteld op € 769,14, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
verklaart de hiervoor vermelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op
13 september 2023.