Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil en de beoordeling
€ 232,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, woonachtig in Duitsland, vordert betaling van schadevergoeding en proceskosten van gedaagde, woonachtig in België, naar aanleiding van een verkeersongeval dat plaatsvond tussen Braakman en Terneuzen. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.
De rechter bevestigt zijn bevoegdheid op grond van artikel 7 lid 2 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) en artikel 102 Rv Pro, aangezien het ongeval in Nederland plaatsvond. Het toepasselijke recht is Nederlands recht volgens artikel 3 van Pro het Haags Verkeersongevallenverdrag 1971.
De vordering wordt toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 1 juli 2019, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, met rente over de proceskosten vanaf de vijftiende dag na betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, incassokosten en proceskosten met rente, verstek verleend.