ECLI:NL:RBZWB:2023:6505

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
14 september 2023
Zaaknummer
10658690 CV EXPL 23-2399 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 4 lid 2 Verordening (EU) nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering wegens niet-nakoming overeenkomst tussen buitenlandse vennootschap en Nederlandse BV

Eiseres, Hoist Finance AB, een vennootschap naar buitenlands recht gevestigd in Zweden, vordert betaling van een bedrag van € 330,93 plus wettelijke rente van gedaagde, Artrexo Market Analytics B.V., gevestigd in Nederland. Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank stelt vast dat zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil op grond van artikel 4 lid 1 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis), omdat gedaagde in Nederland is gevestigd. Daarnaast is op de overeenkomst Nederlands recht van toepassing conform artikel 4 lid 2 van Pro Verordening Rome I.

De vordering wordt gegrond bevonden en toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 330,93 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10658690 CV EXPL 23-2399
vonnis d.d. 13 september 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
Hoist Finance AB,
gevestigd te Stockholm, Zweden,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands te Bergen op Zoom,
tegen
de besloten vennootschap
Artrexo Market Analytics B.V.,
gevestigd te Breda, kantoorhoudende te 4703 RC Roosendaal, Rechtzaad 13 C,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 3 augustus 2023 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 330,93, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van
€ 261,42 vanaf 3 augustus 2023 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres gevestigd is in Zweden, dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is om van onderhavig geschil kennis te nemen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de in deze toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012, Brussel I bis. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien gedaagde in Nederland gevestigd is.
2.4
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Zweden zijn beide partij bij de Verordening (EU)
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I). Op grond van de (gecedeerde) vordering uit hoofde van een tussen Essent en gedaagde gesloten overeenkomst is op grond van artikel 4 lid 2 van Pro de Verordening Rome I Nederlands recht van toepassing op onderhavig geschil.
2.5
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
2.6
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van eiser tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 132,42
griffierecht € 128,00
salaris gemachtigde
€ 80,00
totaal € 340,42.
2.7
De nakosten aan de zijde van eiser worden begroot op € 40,00 (half salarispunt met een maximum van € 132,00) aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden.

4.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 330,93 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 261,42 vanaf 3 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 340,42, daarin begrepen een bedrag van € 80,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.