De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 september 2023 twee verzoeken betreffende de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen die bij hun moeder wonen. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en wijziging van de zorgregeling conform het ouderschapsplan. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, maar kampen met een complexe verstandhouding.
De GI stelde dat de situatie rustiger is en dat de kinderen profiteren van deze rust, wat door de school werd bevestigd. De moeder stemde in met het verzoek tot wijziging van de zorgregeling, maar wilde geen verdere gesprekken met de vader voeren. De vader betwistte de verbeterde situatie en het ouderschapsplan en verzocht om afwijzing van de verlenging.
De rechtbank oordeelde dat ondanks positieve ontwikkelingen begeleiding en sturing vanuit een neutrale derde nog nodig zijn. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 16 november 2023. Het verzoek om het ouderschapsplan integraal in de beschikking op te nemen werd afgewezen omdat artikel 1:265g BW dit niet toestaat en het ouderschapsplan niet door beide ouders volledig wordt gedragen.