De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het gedurende zeven maanden stelselmatig belagen en bedreigen van haar voormalig goede vriendin. Verdachte stuurde dreigbrieven en rouwkaarten, belde anoniem en sprak bedreigende berichten in op de voicemail van het slachtoffer. Hoewel verdachte aanvankelijk bekende, trok zij deze bekentenissen later in, maar de rechtbank achtte de verklaringen betrouwbaar en ondersteund door ander bewijs.
De rechtbank stelde vast dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer had geschonden en haar had bedreigd met woorden en brieven van dreigende aard. De gedragingen veroorzaakten hevige onrust en angst bij het slachtoffer, die hierdoor haar baan verloor en ook haar gezin leed onder de situatie.
De rechtbank nam de ontkennende proceshouding van verdachte mee in haar oordeel en wees op het gebrek aan inzicht in het kwalijke karakter van haar gedrag. De reclassering adviseerde een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, waaronder meldplicht en ambulante behandeling. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar, en bijzondere voorwaarden zonder elektronische monitoring. Het vonnis werd uitgesproken op 15 september 2023.