Art. 370 lid 1 FwArt. 370 lid 3 FwArt. 369 lid 7 FwArt. 376 FwArt. 3 Rv
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing tijdelijke voorziening afkoelingsperiode in besloten akkoordprocedure WHOA
De besloten vennootschap verzoekster heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 FaillissementswetPro in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement. Verzoekster verkeert in een toestand waarin zij naar verwachting haar schuldeisers niet kan betalen en wil binnen twee maanden een akkoord aanbieden.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft op grond van artikel 369 lid 7 FaillissementswetPro en artikel 3 RvPro en verleent bij wijze van tussenbeslissing de gevraagde afkoelingsperiode. Dit om te voorkomen dat een schuldeiser, [bedrijf01] B.V., beslag legt op het vermogen van verzoekster op basis van een reeds betekend vonnis.
De afkoelingsperiode houdt in dat derden geen verhaal kunnen uitoefenen op het vermogen van verzoekster zonder machtiging van de rechtbank en dat verzoeken tot faillietverklaring worden geschorst. De rechtbank bepaalt dat de behandeling van het verzoek digitaal zal plaatsvinden op 17 juli 2023, tenzij partijen anders overeenkomen.
Verzoekster wordt verplicht een kopie van de beschikking aan de schuldeiser te sturen en deze kan schriftelijk haar zienswijze geven. De rechtbank houdt verdere beslissing aan tot na de zitting.
Uitkomst: De rechtbank verleent een tijdelijke afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet ingaande 12 juli 2023 tot de eindbeslissing op het verzoek.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team toezicht – Insolventies - meervoudige kamer
Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode
Rekestnummer: 411668 HO RK 23-475
Uitspraakdatum: 12 juli 2023
Beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 FaillissementswetPro (Fw) van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster01] B.V.,
statutair gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
kantoorhoudende te [postcode01] [plaats01] , aan de [adres01] ,
hierna: verzoekster,
advocaten: mrs. I.C.J.C. van de Klundert en F. Sereke.
1.De procedure
1.1.
Verzoekster heeft op 10 juli 2023 een verklaring ex artikel 370 lid 3 FwPro ter griffie gedeponeerd.
1.2.
Bij verzoek van 10 juli 2023 heeft verzoekster verzocht een afkoelingsperiode ex artikel 376 FwPro te gelasten voor een periode van vier maanden.
1.3.
Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
2.Het verzoek
2.1.
Verzoekster heeft een verzoek gedaan tot het afkondigen van een afkoelingsperiode. Ter onderbouwing van het verzoek heeft verzoekster – verkort en zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.
2.2.
Het verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode houdt verband met een (voorgenomen) akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 FwPro. Verzoekster zal binnen twee maanden een akkoord aanbieden. Verzoekster verkeert in een toestand waarin redelijkerwijs aannemelijk is dat zij met het betalen van haar schuldeisers niet zal kunnen voortgaan.
2.3.
Verzoekster heeft (een spoedeisend) belang bij een afkoelingsperiode, omdat een van haar schuldeisers, te weten [bedrijf01] B.V., voornemens is tot beslaglegging over te gaan, zulks op basis van een vonnis dat inmiddels aan verzoekster is betekend.
3.De beoordeling
Rechtsmacht en besloten procedure
3.1.
Verzoekster heeft blijkens de startverklaring gekozen voor een besloten akkoordprocedure. Verzoekster is statutair gevestigd te [vestigingsplaats01] . Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhefPro en onder b Fw juncto artikel 3 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om het verzoek in behandeling te nemen. Uit artikel 262 RvPro volgt verder dat de rechtbank bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. De beslotenheid van de akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee vast voor het verdere verloop van de procedure.
Afkoelingsperiode
3.2.
Gelet op de (gestelde) spoedeisendheid zal, bij wijze van tussenbeslissing, de gevraagde afkoelingsperiode worden verleend.
3.3.
Nu een afkoelingsperiode [bedrijf01] B.V. mogelijk in haar belangen treft, zal zij op het verzoek worden gehoord alvorens een eindbeslissing wordt gegeven.
3.4.
In geval verzoekster en [bedrijf01] B.V. met een digitale behandeling van het verzoek instemmen, zal deze behandeling kunnen plaatsvinden op maandag 17 juli 2023 te 15.00 uur. In geval niet door zowel verzoekster als [bedrijf01] B.V. met een digitale behandeling wordt ingestemd, zal de rechtbank overgaan tot het bepalen van een datum voor een fysieke zitting, welke om organisatorische redenen waarschijnlijk verder in de toekomst zal zijn gelegen.
4.De beslissing
De rechtbank:
4.1.
kondigt bij wijze van tijdelijke voorziening een afkoelingsperiode af zoals bedoeld in artikel 376 FwPro voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist, ingaande 12 juli 2023, die inhoudt:
- dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt aangeboden, en;
- dat de behandeling van een door een schuldeiser jegens verzoekster ingediend verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst;
4.2.
bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode digitaal zal plaatsvinden ter zitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op maandag 17 juli 2023 om 15:00 uur, dan wel op een nog nader te bepalen fysieke zitting, voor de rechters mr. M.D.E. Leppens, mr. C.H. Rombouts en mr. M.C. Bosch;
4.3.
bepaalt dat verzoekster onverwijld aan [bedrijf01] B.V. een kopie van deze beschikking zal toezenden en haar wijst op de mogelijkheid om schriftelijk haar zienswijze te geven (in te dienen bij de griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant uiterlijk op vrijdag 14 juli 2023 om 12:00 uur) en deel te nemen aan de zitting;
4.4.
bepaalt dat verzoekster en [bedrijf01] B.V. uiterlijk op vrijdag 14 juli 2023 om 12:00 uur schriftelijk (per email) aan de rechtbank kenbaar moeten maken of ingestemd wordt met een digitale behandeling van het verzoekschrift, waarna de rechtbank verzoekster en [bedrijf01] B.V. zal informeren of de behandeling van het verzoekschrift digitaal zal plaatsvinden op maandag 17 juli 2023 te 15.00 uur dan wel op een latere, nader te bepalen fysieke zitting;
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.D.E. Leppens, voorzitter, mr. C.H. Rombouts en mr. M.C. Bosch, rechters, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2023.