De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 september 2023 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1964, die verblijft in een GGZ-accommodatie. De machtiging betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) vanwege ernstige psychische stoornissen en gedragsproblemen.
Het verzoek tot zorgmachtiging werd ingediend door de officier van justitie en omvatte diverse vormen van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, insluiting en onderzoek van kleding en woonruimte. Betrokkene betwistte het verzoek en uitte bezwaren tegen medicatie en insluiting, terwijl de zorgverantwoordelijke de noodzaak van alle gevraagde zorgvormen, met name insluiting vanwege agressie, onderstreepte.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en verslavingsstoornissen die leiden tot ernstig nadeel en gevaar voor zichzelf en anderen. Vrijwillige zorg bleek niet mogelijk vanwege betrokkene's ambivalente houding ten aanzien van medicatie. Daarom werd verplichte zorg noodzakelijk geacht.
De rechtbank wees de zorgvormen 'toediening van vocht en voeding' en bepaalde medische handelingen af, omdat deze niet noodzakelijk werden geacht. De overige gevraagde zorgvormen, waaronder insluiting en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid, werden toegewezen voor een periode van 12 maanden. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorg is evenredig en effectief geacht.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met de mogelijkheid tot cassatie.