Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De officier van justitie verzocht op 8 september 2023 om verlenging van een crisismaatregel voor betrokkene, die recentelijk een conflict had met haar stiefvader waarbij zij een mes pakte, maar zonder kwade bedoelingen. Betrokkene verbleef in een psychiatrische inrichting en wilde graag naar huis, waarbij zij bereid was ambulante GGZ-zorg voort te zetten, maar medicatie weigerde vanwege negatieve ervaringen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 september 2023 werden diverse zorgverleners gehoord die bevestigden dat betrokkene kampt met een beginnende psychotische ontregeling, gekenmerkt door achterdocht en problemen met plannen, organiseren en zelfzorg. Er was echter geen sprake van bedreigend gedrag of een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat een voortzetting van de crisismaatregel zou rechtvaardigen.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat een rechterlijke machtiging een uiterste middel is en dat medicatie nog niet was ingezet. De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel daarom moest worden afgewezen, hoewel de zorgen over betrokkene gedeeld werden. De rechtbank gaf de behandelaren mee om de contacten tussen betrokkene en haar stiefvader te minimaliseren vanwege de negatieve invloed.
De beschikking werd op 11 september 2023 mondeling gegeven en op 18 september 2023 schriftelijk bevestigd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen wegens het ontbreken van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.