Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij het percentage was vastgesteld op 75,92%. De rechtbank heeft het medisch onderzoek en de rapportages van de verzekeringsartsen b&b zorgvuldig gewogen, waaronder de noodzaak van het gebruik van een kruk en de afwisseling tussen staan, lopen en zitten. De medische beperkingen zijn volgens de rechtbank adequaat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) verwerkt.
De arbeidsdeskundige heeft de functies assistent consultatiebureau en twee huishoudelijk medewerker functies als passend beoordeeld, ondanks bezwaren van eiser over de aard van de werkzaamheden en de indeling in verschillende Sbc-codes. De rechtbank oordeelt dat deze functies voldoende verschillen en passend zijn gezien de beperkingen van eiser.
De rechtbank concludeert dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en dat de functies geschikt zijn voor de berekening van de uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.