ECLI:NL:RBZWB:2023:661
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen termijn voor beslissing op bezwaar WGA-uitkering ongegrond verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op zijn bezwaar tegen de voortzetting van zijn WGA-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen.
Tegen deze uitspraak stelde opposant verzet in, omdat hij het niet eens was met de door de rechtbank gestelde termijn van vier maanden. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 8:55d Awb normaal gesproken een termijn van twee weken geldt, maar in bijzondere gevallen een langere termijn kan worden gegeven.
Vanwege het tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging acht de rechtbank de termijn van vier maanden niet onredelijk. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de termijn van vier maanden voor beslissing op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.